Heimwee
kreeg en hield hij
naar zijn ouderlijk huis
ramen die hem een welkom heetten
de deur nimmer in het slot
Hij was er hoorbaar van kapot
toen hij het bord 'TE KOOP'
ontwaarde, een snelle auto
een bijbehorend makelaar
Vandaar het smoezen
van zijn zussen, de heimelijkheden
de stapel kranten, de vierkleurenpen
over kijkers en kijkdagen
zouden ze met hem niet reppen
Achter de woning
stonden ze te beppen
achteloos, 'n glaasje wijn
in de linkerhand
denkend aan opbrengst en profijt
Er kwam een eind
aan hun jolijt
hij stampvoette en vloekte
even was er God noch gebod.
-foto&dicht: harry c.a.daudt-